Zweetsnor 2: stoeltjeslift

“Dag vrouwtje”, hoorde Demi terwijl ze de trap op liep. Ze keek op. Ze zag opa’s gekromde rug, die alweer naar zijn kamer liep. Even treuzelde Demi. Aan de trapleuning zat een stoeltjeslift. Toen ze klein was had ze daar vaak mee gespeeld. Naar boven, naar beneden, weer naar boven…. net zo lang tot haar moeder en opa uitgepraat waren. Even leek het haar heel aanlokkelijk om het stoeltje uit te klappen en zich naar beneden te laten zakken. En gewoon te blijven spelen, net zoals vroeger. Maar dat kon niet. Niet alleen omdat ze daar nu te groot voor was, maar vooral ook omdat ze iets anders moest doen. Het leek wel alsof ze het verplicht was. Ze had haar plan natuurlijk aan niemand verteld, maar het voelde alsof ze een afspraak had. Met zichzelf. Ze wist dat ze het beter niet kon doen. En heel even bedacht ze zich dat ze nu nog terug kon. Ze had nog niets gedaan, niemand zou weten dat ze ooit zelfs maar het idee had gehad om haar opa te bestelen.

 Toen dacht ze weer aan die iPod. Die was al bijna van haar. Als ze nu zou terugkrabbelen leek het net of ze hem kwijtraakte. En ze dacht aan die rare opa, die steeds hetzelfde vertelde en die vaak zo in de war was. En waar zij naartoe moest, terwijl ze dat helemaal niet wilde. Iedere week weer. Nee, ze zou niet terugkrabbelen.

 Op een drafje liep Demi naar de openstaande deur waarachter opa zojuist was verdwenen. “Hallo opa!” riep ze, terwijl ze haar jas aan de haak hing. Haar grootvader zal alweer binnen, in zijn stoel voor het raam.

“Dag meid”, zei hij. “Wat heb ik jou lang niet gezien zeg! Ik ben blij dat je er bent. Er komt bijna nooit meer iemand. Ja, van die dames in witte jassen. Maar verder niet hoor.”
“Ik was er gisteren nog hoor”, zei Demi. “Bent u dat alweer vergeten?”
“Gisteren? O. Nee hoor, dat ben ik helemaal niet vergeten. Had je hier per ongeluk iets laten liggen?”
Demi’s ogen gingen als vanzelf naar de la met het fotoboek.
“Nee hoor, niks laten liggen. Ik vond het gewoon zo gezellig, om samen foto’s te kijken, en het laatste uur viel uit op school, dus ik dacht…”
“Je dacht: ik ga maar weer eens bij mijn oude opa op bezoek. Gezellig hoor! Wil je een beetje limonade, vrouwtje? Ik heb ook sinas?”
“Nee, ik mag geen prik. Dan gaan mijn slotjes los”, zei Demi en ze liet net als de vorige dag haar beugel zien.
“Huh, wat heb jij nou in je mond?”
Demi zei niks. Die man was echt niet goed bij zijn hoofd. Hij wist niets meer, van de dag ervoor. Of van de week ervoor. Dan zou hij vast al helemaal niets meer weten van dat geld, in het fotoalbum.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zweetsnorretje

Het zou niet de eerste keer worden, dat Demi iets zou stelen. Ze had het wel eens vaker gedaan. Een keer had ze haar moeder iets te weinig wisselgeld teruggegeven, nadat die haar voor een boodschap naar de winkel had gestuurd. Haar moeder had niets gemerkt. Ook had ze wel eens snoep geschept bij de drogist, de zak gewogen en een sticker erop gedaan en toen nog stiekem twee grote scheppen erbij gedaan, voordat ze naar de kassa liep. Dat was toch ook een soort pikken. En toch was het nu anders, voelde Demi. Ze veegde een zweetsnorretje weg, terwijl ze de heuvel op fietste.
Dit was opa.

 Er was nog een verschil. De andere keren was het zo snel gegaan dat het bijna per ongeluk was. Ze had van tevoren niet het plan gehad, om haar moeder te bedriegen. Ze zag gewoon opeens de mogelijkheid. Een kans, die ze niet wilde laten liggen. Met die zak snoep was het net zo gegaan. Maar dat was nu anders. Toen ze gisteren bij opa was, in het bejaardenhuis, had ze de mogelijkheid gezien, maar niets gedaan. Die stapel bankbiljetten, weggemoffeld in het fotoalbum, had haar aangestaard. Demi had even gevoeld: haar vingers kleefden tegen de binnenkant van het plastic mapje. Ze wist niet hoeveel biljetten het waren. Veel. Ruim genoeg voor een iPhone. Als ze elke week één biljet zou meenemen, had ze over twee maanden genoeg geld. Een beetje zielig was het wel, voor opa. Maar ach, hij zou er toch nooit achterkomen. Hij was zo vergeetachtig de laatste tijd, dat hij waarschijnlijk niet eens meer wist dat hij dat geld daar verstopt had.

Demi was er. Ze zette haar fiets in het rek. Opa stond al voor het raam. Demi veegde nog één zweetsnor weg, en zwaaide toen terug. Zo vrolijk mogelijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Feiten of fictie?

Wat het gaat het worden? Feiten of fictie? Wat een malle vraag is dat, meisje. Alsof je zonder werkelijkheid dingen zou kunnen verzinnen. Of dat het zo maar altijd zonneklaar zou zijn dat de werkelijkheid geen fictie is. Wat een onzin. Wie had er toen ik werd geboren, 74 jaar geleden, kunnen voorspellen dat iedere praatjesmaker via een computer zijn praatjes de wereld in zou kunnen slingeren? Niemand zou me hebben geloofd. Iedereen zou het een verzinsel genoemd hebben. Of een nachtmerrie.

 Ik voel me vervreemd van de wereld. Het begon vanochtend al. Ik zag een grasmaaier die een gazon maaide. Alleen. Dit is een feit. Het was een robot, die vastberaden zijn weg zocht over een grasveld zo recht en zo mooi ingezaaid dat het me nog het meest deed denken aan een biljartlaken. Is dat een clichématige beschrijving? Doet-ie pijn aan je oren? Ach wat. Ik heb er geen last van. Wie weet ben ik er morgen niet meer. Lig ikzelf onder de groene zoden. Wachtend op een nieuwe blanco pagina. Want elke dag ligt er weer een nieuwe klaar. Da’s ook een feit.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen